#5 De architect en de andere bouwpartners

 
10/14

Naast de architect en de aannemer krijg je bij je bouw- of renovatieproject te maken met een aantal andere bouwpartners: de raadgevend ingenieur, de veiligheidscoördinator, de EPB-verslaggever, de ventilatiecoördinator. Hoe zit het met hun diverse verantwoordelijkheden?

Voor de studie van de stabiliteit en eventueel van de technieken (verwarming, koeling, ventilatie, akoestiek) staat meestal een gespecialiseerd ingenieurs- en adviesbureau in. Als de ingenieur een overeenkomst sluit met de architect en dus diens onderaannemer is, draagt de architect tegenover jou de verantwoordelijkheid voor het werk van de ingenieur. Als er problemen zijn, kan jij je niet rechtstreeks tot de ingenieur richten.

 

Hoe zit het als de ingenieur een contract met jou als bouwheer afsluit, hetzij omdat je zelf de ingenieur hebt gekozen, hetzij omdat de architect in jouw naam en voor jouw rekening een ingenieur heeft geëngageerd? In dat geval is de ingenieur tegenover jou verantwoording verschuldigd voor zijn werk. De architect moet wel nog alle verschillende studies van andere experts integreren in zijn concept en heeft in dat geval een zogenaamde informatieplicht. Als de berekeningen van de ingenieur bv. fouten bevatten die de architect met zijn kennis moet opmerken, moet de architect jou daarvan op de hoogte brengen. Advies over hoe dat probleem kan worden opgelost, maakt dan weer deel uit van de opdracht van de ingenieur in kwestie.

 

De veiligheidscoördinator

 

Voor elke nieuwbouw- of renovatiewerf waar minstens twee aannemers werken, moeten veiligheidscoördinatoren worden aangesteld. Het doet er niet toe of die aannemers wel of niet tegelijkertijd aan het werk zijn, en of het gaat om nevenaannemers of om een hoofdaannemer en een onderaannemer. Vereist zijn een veiligheidscoördinator ontwerp en een veiligheidscoördinator uitvoering. Eenzelfde persoon of bedrijf kan beide functies invullen.

 

Voor werven met een oppervlakte kleiner dan 500 m² (= de som van alle horizontale oppervlaktes – het gros van de woningen valt hieronder), moet de architect de veiligheidscoördinatoren aanstellen. Hij moet een overeenkomst afsluiten met de coördinator waarin wordt omschreven welke diens taken zijn, wanneer zijn opdracht van start gaat, welke de verplichtingen van de architect zijn en op welke momenten de coördinator, de architect en de opdrachtgever (jij dus) overleg zullen plegen. Dikwijls zal de architect in die overeenkomst opnemen dat jij de coördinator betaalt, en jou vragen om de overeenkomst mee te ondertekenen.

 

De architect moet er op toezien dat de veiligheidscoördinatoren hun taak correct en volledig vervullen, hen bij alle fasen van het bouwproject betrekken en hen alle noodzakelijke informatie bezorgen. Hij moet van hen een veiligheids- en gezondheidsplan met te nemen maatregelen en een postinterventiedossier met een beschrijving van de mogelijk risicohoudende elementen (bv. dragende elementen) en de plaats van de nutsleidingen krijgen. Dat postinterventiedossier moet jij bewaren. Je hebt het nodig als je later opnieuw werken laat uitvoeren of als je de woning verkoopt. De maatregelen, opgesomd in de veiligheids- en gezondheidsplannen, neemt de architect op in de aanbestedingsvoorwaarden voor de diverse aannemers. De aannemers moeten de eventuele kostprijs van die maatregelen apart vermelden in hun offerte.

 

Als de oppervlakte van het gebouw waaraan werken worden uitgevoerd 500 m² of meer bedraagt, moet jij als bouwheer de veiligheidscoördinatoren aanstellen. Je moet dan ook instaan voor al de hierboven beschreven taken. Voor grotere werven gelden bovendien uitgebreidere eisen voor het veiligheids- en gezondheidsplan en het postinterventiedossier, en moeten de veiligheidscoördinatoren ook een coördinatiedagboek bijhouden met alle gegevens en bemerkingen over de veiligheidscoördinatie en de gebeurtenissen op de werf. Goed om te weten: ook in dit geval moet de architect jou adviseren over de reglementering en over de noodzaak tot het aanstellen van een veiligheidscoördinator.

 

De EPB-reglementering

 

De EPB-reglementering verschilt van gewest tot gewest. Ook de rol en de benaming van de verslaggever, adviseur of verantwoordelijke is anders. In de drie gewesten moet de EPB-verslaggever, adviseur of verantwoordelijke een verzekering beroepsaansprakelijkheid afsluiten.

 

In Vlaanderen spreken we van een EPB-verslaggever. Die heeft drie belangrijke opdrachten. Voor de start van de werken maakt hij een voorafberekening. Als het ontwerp niet voldoet aan de EPB-vereisten, signaleert hij dat en bezorgt hij jou en de architect één schriftelijk, niet-bindend advies over hoe jullie wel kunnen voldoen aan de reglementering. Het is aan jou om dat advies wel of niet te volgen. De architect moet jou informeren over de mogelijke gevolgen van jouw beslissingen. Voor de werken van start gaan, dient de verslaggever een elektronische startverklaring in, die hij op papier door jou en de architect laat ondertekenen. Na de werken dient hij een voorlopige aangifte in die jij eerst moet goedkeuren. Later volgt de definitieve aangifte. Die aangifte moet overeenstemmen met de uitgevoerde werken en de feitelijke toestand van de woning. Als dat niet het geval is of als de aangifte fouten bevat, kan de EPB-verslaggever een sanctie oplopen. De architect moet jou en de verslaggever op de hoogte brengen zodra hij vaststelt dat het risico groot is dat de minimale EPB-eisen niet worden gehaald. Als bij de aangifte blijkt dat die minimale eisen niet zijn behaald, moet jij als aangifteplichtige een boete betalen. Als de architect niet kan aantonen dat hij jou daarvoor tijdig heeft gewaarschuwd, dan kan je eventueel verhaal trachten te halen bij de architect.


In Brussel moet de EPB-adviseur de maatregelen, genomen om te voldoen aan een EPB-reglementering, vaststellen en evalueren. Hij moet jou als aangifteplichtige en de architect met een aangetekende brief op de hoogte brengen als de bouw tijdens de uitvoering van de werken afwijkt van de EPB-eisen.

 

In Wallonië spreekt de reglementering over een EPB-verantwoordelijke. Hij is verantwoordelijk voor het ontwerp en de omschrijving van de maatregelen die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, en voor de controle op de uitvoering van de werken die betrekking hebben op de EPB. Hij moet jou schriftelijk op de hoogte brengen als hij vaststelt dat men tijdens de realisatie afwijkt/zou kunnen afwijken van de geldende EPB-eisen.

 

Jij bent verantwoordelijk voor de aanstelling van een EPB-verslaggever, adviseur of verantwoordelijke. Het verschil in wetgeving maakt dat het moment van aanstelling anders is. Doordat de EPB-verantwoordelijke in Wallonië ook een ontwerptaak heeft, moet je hem of haar aanstellen vóór de bouwvergunningsaanvraag wordt ingediend. In Vlaanderen en Brussel kan je daarmee wachten tot vlak vóór de aanvang van de werken. Zo lang wachten valt wel af te raden, want dan riskeer je dat er tijdens de uitvoering nog wijzigingen moeten gebeuren om aan de EPB-eisen te voldoen. Dergelijke last minute aanpassingen geven al snel aanleiding tot meerprijzen en discussies. Om te vermijden dat je al in een vroeg stadium aan handen en voeten gebonden bent door een overeenkomst, kan je eventueel een beperkte studieovereenkomst met de EPB-verslaggever sluiten.


Voor de volledigheid vermelden we nog dat in Vlaanderen sinds 2016 ook de tussenkomst van een ventilatiecoördinator verplicht is. Die moet vooraf een ventilatievoorontwerp en na de uitvoering een prestatieverslag van het ventilatiesysteem maken. Dat verslag neemt de EPB-verslaggever op in zijn EPB-aangifte.

10 OKTOBER 2016

Auteur: Colette Demil & Staf Bellens


In samenwerking met: